Siberian Husky - Rasstandaard

Van alle hondenrassen die door de F.C.I.(overkoepelende
organisatie in de West-Europese kynologie)zijn erkend, is een standaard opgesteld.
De officieel erkende rasverenigingen van de aangesloten landen zorgen voor
een vertaling.Zo'n standaard dient als leidraad voor fokkers en
keurmeesters. Het is als het ware een ideaalbeeld waar de honden van het desbetreffende ras
aan zouden moeten voldoen. Van elk ras is ook een lijst met rasfouten samengesteld.
Dit kunnen zware uitsluitingsfouten zijn, waardoor een hond van de fok wordt
uitgesloten. De toegestane fouten zijn niet bijzonder zwaar, maar kosten wel
punten bij een keuring.
Gezond verstand is nog belangrijker dan een rasstandaard.
Het nastreven van een ideaalbeeld is mooi maar niets is ideaal dus waarom dan
wel onze husky? De standaard moet dus echt als leidraad dienen. Iedere fokker
heeft zo zijn/haar voorkeur. De één zal een hond gebruiken die
goed loopt in een sledehondenteam en de ander omdat de hond een goed karakter
heeft en dat zie je terug in de honden die hij/zij fokt. Buitensporigheden
zijn niet alleen fout maar zelfs verwerpelijk. Zodra er honden gefokt worden
die niet eens meer op een natuurlijke manier geboren kunnen worden of hun hele
leven ziek zullen zijn omdat de fokker dat zo mooi vindt hebben we het niet over
rasfouten maar over foute mensen.

Algemeen voorkomen
-
Maat verhouding gewicht
-
-
Hals bovenbelijning lichaam
- Staart
- Voorhand
- Achterhand
- Vacht
- Kleur
- Gangwerk
- Karakter

Algemeen voorkomen:top
De
Siberian Husky is eenmiddelgrote werkhond, snel en vlug op de voeten en vrij en
elegant in de beweging. Zijn matig compacte en goed behaarde lichaam, rechtopstaande
oren en goed behaarde staart wijzen op zijn noordelijke afkomst. Zijn karakteristieke
gangen zijn soepel en schijnbaar moeiteloos. Hij verricht zijn oorspronkelijke
taak in het harnas (tuig) met grote bekwaamheid, waarbij hij een lichte last
met gematigde snelheid over grote afstanden trekt. Zijn lichaams afmetingen en
vorm geven dit essentiële evenwicht van kracht, snelheid en uithoudingsvermogen
weer. De reuen bij de Siberian Husky zijn mannelijk, maar nooit grof; de teven
zijn vrouwelijk zonder zwakheid te tonen. In goede conditie, met stevige en goed
ontwikkelde spieren draagt de Siberian Husky geen overtollig gewicht.
Maat/
verhouding /gewicht: top
Hoogte:
Reuen 53 tot 60cm schofthoogte;
Teven
51 tot 56cm schofhoogte.
Gewicht:
Reuen 21 tot27kg;
Teven
16 tot 23 kg.
Het
gewicht is in verhouding tot de hoogte. De bovenstaande maten geven de uiterste
hoogte- en gewichtslimieten aan, waarbij geen voorkeur wordt gegeven aan een
van beide uitersten. Iedere blijk van overdadig bot en gewicht moet bestraft
worden. Van opzij gezien moet de lengte van het lichaam van de schoudertop
tot de achterkant van de croup iets langer zijn dan de hoogte van het lichaam,
gemeten van de grond tot aan de bovenkant van de schoft.
Hoofd/ expressie:
top
Ogen:
Amandelvormig,
matig uitelkaar en iets schuin geplaatst. De ogen mogen bruin of blauw zijn;
één van ieder der kleuren of ogen met beide kleuren zijn aanvaardbaar.
Oren:
Middelmatig
groot, driehoekig en hoog op het hoofd geplaatst. Ze zijn dik en goed behaard,
aan de achterzijde licht gewelfd, recht opstaand, met lichtgeronde punten,
die recht naar boven wijzen.
Schedel:
De
uitdrukking is alert, maar vriendelijk, geïnteresseerd en zelfs ondeugend.
De schedel is matig groot en in verhouding tot het lichaam, iets gerond aan
de bovenkant en geleidelijk smaller wordend van het breedste punt naar de ogen
toe.
Stop:
Er
is een duidelijke stop en de neusrug is recht vanaf de stop tot aan de neuspunt.
Snuit:
Middelmatig
lang: d.w.z.de afstand van de punt van de neus tot de stop is gelijk aan die
van de stop tot aan de achterhoofdknobbel. De snuit is matig breed, geleidelijk
smaller wordend naar de neus, die noch spits noch vierkant is.
Neus:
Zwart
bij grijze, bruine of zwarte honden; leverkleurig bij koperkleurige honden;
kan vleeskleurig zijn bij zuiver witte honden. De rose-achtige snownose
is aanvaardbaar.
Lippen:
Goed
gepigmenteerd en nauwsluitend.
Gebit:
Schaargebit.
Hals/
bovenbelijning/ lichaam: top
Hals:
Matig
lang, gewelfd en fier rechtop gedragen wanneer de hond staat. Wanneer hij in
draf beweegt, wordt de hals gestrekt, zodat het hoofd iets naar voren gedragen
wordt.
Borst:
Diep
en krachtig; maar niet te breed, met het laagste punt juist achter en op gelijke
hoogte met de ellebogen. Ribben zijn goed gewelfd, maar opzij vlak verlopend
om bewegingsvrijheid te verzekeren.
Rug:
De
rug is recht en sterk met een rechte boven belijning van schoft tot croup. De
rug is matig lang, noch kort en gedrongen, noch slap door te veel lengte. De lendenen
zijn sterk en buigzaam, smaller dan de borstkas en de onderbelijning loopt licht
op. Het kruis helt iets, maar nooit zo steil, dat de pasafwikkeling belemmerd
wordt.
Staart:
top
De
goed behaarde, op een vossenstaart lijkende staart is iets beneden het niveau
van de ruglijn aangezet en wordt gewoonlijk in een elegante boog boven de rug
gedragen, wanneer de hond attent is. Wanneer de staart naar bovengedragen
wordt, krult hij niet langs het lichaam, noch ligt hij vlak op de rug. Een
hond die in rust is, kan de staart lager dragen. Hethaar op de staart is matig
lang en ongeveer even lang aan de bovenkant, de zijkanten en de onderkant,
zodat de indruk van een ronde borstel ontstaat.
Voorhand:
top
Schouders:
Het
schouderblad is goed schuin gelegen. De opperarm maakt een lichte hoek naar
achteren van boeggewricht naar elleboog en nooit loodrecht ten opzichte van
de grond. De spieren en pezen van de schoudergordel zijn stevig en goed ontwikkeld.
Voorbenen:
In
stand en van voren gezien, staan de benen op een matige afstand van elkaar,
evenwijdig en recht, met de ellebogen tegen het lichaam aan, noch naar binnen
noch naar buiten gedraaid. Van opzij gezien staan de middenvoeten wat schuin,
met een sterk, maar buigzaam polsgewricht. Het bot is stevig, maar nooit zwaar.
De lengte van het been van de elleboog tot aan de grond, is iets meer dan de
afstand van de elleboog tot aan de schoft. De vijfde teen aan de voorbenen
mag verwijderd worden.
Voeten:
Ovaal,
maar niet te lang.De voeten zijn matig groot, compact en goed behaard tussen
de tenen en de voetzolen. De voetzolen zijn stevig, met dikke kussens. In stand
staan de voeten noch naar binnen noch naar buiten gekeerd.
Achterhand:
top
In
stand en van achteren gezien, staan de achterbenen op matige afstand evenwijdig
van elkaar. Het achterbeen vertoont een goed bespierd en krachtig bovenbeen,
meteen goede kniehoeking en een duidelijke, laag aangezette hak. Hubertusklauwen,
indien aanwezig, moeten verwijderd worden.
Vacht:
top
De
vacht van deSiberian Husky is dubbel en matig lang en geeft de indruk van
een goede pels,die echter nooit zo lang is dat de scherpe belijning van de
hond verdwijnt. De ondervacht is zacht en dicht, en lang genoeg om de bovenvacht
te steunen. De dekharen zijn recht, liggen enigszins vlak en zijn nooit ruw,
noch recht van het lichaam afstaand. Ontbreken van de ondervacht gedurende
de haarwisseling is toegestaan. Bijknippen van snorharen en de vacht tussen
de tenen en rond de voeten om een netter uiterlijk te verkrijgen is toegestaan.
Bijwerken van de vacht op iedere andere plaats van het lichaam is niet toegestaan
en dient streng gestraft te worden.
Kleur:
top
Alle
kleuren van zwart tot zuiver wit zijn geoorloofd. Uiteenlopende aftekeningen
op het hoofd zijn gebruikelijk, met inbegrip van vele opvallende aftekeningen,
die bij andere rassen niet gevonden worden.
Gangwerk:
top
Het
karakteristieke gangwerk van de Siberian Husky is soepel en schijnbaar moeiteloos.
Hij is snel en lichtvoetig en moet in de showring aan een losse lijn,in een
matig snelle draf worden voorgebracht, waarbij hij goed uitgrijpend gangwerk
voor en een goede stuwing vanuit de achterhand moet tonen. In stap toont de
hond geen eensporigheid. Bij toename van de snelheid neemt de neiging tot eensporigheid
toe, waarbij de benen niet gebogen worden. In draf blijft de ruglijn strak en
horizontaal.
Karakter:
top
Het
karakteristieke temperament van de Siberian Husky is vriendelijk en zacht,
maar tevens levendig en alert. Hij heeft niet de bezitters-neigingen van de
waakhond, noch is hij overmatig wantrouwend tegenover vreemden of agressief
tegenover andere honden. Een volwassen hond kan een zekere waardigheid en gereserveerdheid
tonen. Zijn intelligentie, hanteerbaarheid en gewilligheid maken hem tot een
aangename kameraad en een goedwillende werker.
